Geplaatst in

# 1 – Regen telt

Ooit was regen een zegen.
Een zachte herinnering aan de kringloop van het leven, een ritme dat niets eist. In veel culturen werd regen gevierd, verwelkomd met dansen en gebeden. Nu kijken we naar de lucht zoals we naar een scherm kijken: met angst en verwarring, met modellen op zoek naar een voorspellingen. Regendruppels zijn geen levenstekens meer, maar datagegevens op een grafiek. Geen geschenk, maar verstoring.

Het klimaat is niet langer een domein van verwondering of zorg. Het is een markt geworden. Iets om te verhandelen, te modelleren, te verzekeren, te beheersen. CO₂-uitstoot is geen morele grens, maar een prijskaartje. Klimaatcompensatie, emissierechten, duurzame certificaten, ze spreken allemaal in de taal van eigendom en schuld. De lucht heeft een waarde gekregen. De temperatuur een index. De toekomst een opzegtermijn.

We leven in een paradox: hoe meer we beseffen dat het klimaat ons overstijgt, hoe sterker we het willen bezitten. We verpakken apocalyptisch nieuws in groene slogans, kapitaliseren het verdwijnen van ecosystemen als kans voor “groei.” Zelfs de catastrofe wordt verpakt en verkocht, vermarkt als een product van onze tijd.

En toch, de lucht laat zich niet patenteren. De oceaan kent geen aandeelhouders. Wat nu nog als grondstof circuleert, zal straks terugkeren als oordeel. Niet uit wraak, maar uit balans.

Misschien ligt daar het begin van verzet: opnieuw leren kijken. Niet naar de cijfers, maar naar de regen op een dak. Niet om te tellen, maar om te luisteren naar het geplens en gespetter.

Niet alles hoeft meetbaar te zijn om van waarde te zijn.
Niet alles wat waarde heeft, hoort verhandelbaar te worden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *